Verhalen van ouders

Uit het weblog van Floor van der Flist moeder van Romijn Peters groep PO8

Na een vrij pittige weekenddienst stapte ik gisteravond in de auto om naar huis te gaan. Met Radio 1 aan natuurlijk, want als ik werk luister ik naar nieuws. Of actualiteiten. Of gewoon het EK Schaatsen.

Maar dat EK was nu afgelopen en aangeschoven was een cardiologe, 57 jaar en bijzonder welbespraakt. Waarom zij daar zat is me niet helemaal duidelijk. Ze zal ongetwijfeld “iemand” zijn in dat wereldje. Ik viel middenin het gesprek. Precies op het moment dat ze zei “dat het toch best moeilijk was, te moeten constateren dat je kind anders is. Dat je een zoon hebt met autisme…”.

Ik zette de radio harder, nieuwsgierig naar wat een hoogopgeleide collega-moeder te melden had over dit onderwerp. Maar al snel raakte ik, hoe zal ik het noemen, korzelig. Geïrriteerd. Een beetje bozig zelfs. Het leek alsof de dame zelfs na 25 jaar moederschap nog steeds niet had geaccepteerd dat ze een zoon had met autisme.

Ze bood ook een inkijkje in haar leven als jonge arts en beginnend moeder. Nee, ze was niet minder gaan werken toen ze merkte dat haar zoon een handicap had. Maar ze bezwoer de presentator “dat ze heel goed veur haar kinderen had gezurrgd”. En het was best soepel gegaan, die eerste jaren in het speciaal onderwijs. Pas bij de middelbare school werd het moeilijk. “Toen moest hij naar een speciaal VMBO. Waar ook kinderen met andere stoornissen zitten, en gedragsproblemen. En criminele kinderen”.

Ojee, constateerde de presentator, uw zoon was beland in het afvoerputje van de maatschappij.  ”Zeker”, beaamde de cardiologe, en in een opvallend moment van eerlijkheid voegde ze eraan toe: “maar ja, hij hoorde daar, en wij dus ook”.

Heel even gloorde er hoop bij mij. Realiteitszin is belangrijk in het leven. Maar toen ze vervolgens hoorbaar opgelucht meldde dat haar andere zoon nu aan het afstuderen is in de wiskunde, vloekte ik hardop.

Het is geen lange rit vanaf de redactie van mijn werkgever naar huis. Ik was inmiddels aan het parkeren, en een minuut later stampte ik de keuken in, schonk een glas wijn in en vervoegde me pruttelend (briesend is een te groot woord, helaas) bij mijn echtgenoot.

“En nu weet ik het zeker. …. carrière, …. de maatschappij, …. al die ouders die zichzelf als brandend middelpunt zien van het gezin. Het is allemaal totaal onbelangrijk!” Mijn man knikte instemmend. Hij weet dat tegenwerpingen zinloos zijn in dergelijke situaties. Vragen stellen is ook niet slim. Meegaan met de stroom is het devies.

En dus ging ik door. Ik nam nog een flinke slok en maakte mijn finale punt.

“Weet je waar het om gaat?! Om liefde. Om warmte. Om vertrouwen. Om trots. Dáár gaat het om.” En ik gaf hem een zoen.

En daarom zeg ik nu, met trots en met liefde: ja, mijn zoon is een zwakbegaafde autist en ik hou ongelooflijk veel van hem en ben super- supertrots! Omdat hij de liefste en de knapste is, omdat hij op dit moment (net 8 jaar) met de plasjuf aan het oefenen is op de WC, omdat hij kan fietsen en kan lezen en omdat hij gewoon mijn zoon is met de mooiste bruine ogen van de hele wereld.

En daar heb ik geen 25 jaar contemplatie voor nodig, mevrouw de cardiologe. Ze mogen me nu uitnodigen bij de radio en dan ga ik zeker niet verkondigen dat het allemaal zo makkelijk en zo leuk is, maar ik ga wel zeggen dat Romijn mij een beter mens heeft gemaakt. En dat ik trots op hem ben. Net zo trots als op zijn slimme zus op het VWO.

En dat het daarom gaat. Om niks anders.